Het verhaal van
Renate en Maarten
“Horeca vind ik het leukst. Daar mag je bakken, koken, dingen maken… en proeven natuurlijk!”

Renate en Maarten zitten in het eerste jaar van het praktijkonderwijs in Ede. Allebei reizen ze elke dag een uur naar school, maar dat hebben ze er graag voor over. In de praktijklokalen – en vooral in de keuken – voelen ze zich helemaal op hun plek. Ze vertellen hoe het is om op deze school te zitten, wat ze het leukst vinden en geven tips aan nieuwe leerlingen.
‘In de keuken ben ik helemaal op m’n plek’
Elke schooldag reist Renate vanuit Hoevelaken met de trein naar Ede. Een uurtje onderweg is ze wel, maar dat vindt ze eigenlijk niet erg. “Ik zit met anderen in de trein, dat is gezellig,” zegt ze nuchter.
Op school voelde ze zich al snel thuis. Het is vooral het praktijkgedeelte dat haar enthousiast maakt. “Horeca vind ik het leukst,” vertelt ze. “Dan mag je bakken, koken, dingen maken… en proeven natuurlijk! Dat is leuk.” Ze leerde er nieuwe dingen, zoals hoe je een ei pocheert. “Dat vond ik wel een beetje vies,” lacht ze, “maar wel leerzaam.”
Ook de sfeer op school bevalt haar goed. “De docenten zijn aardig. En ik heb hier vriendinnen. In de pauze kletsen we lekker met elkaar.” Het verschil met de basisschool is voor haar duidelijk: “Hier doe je meer met je handen. Je bent lekker bezig.”
Als ze denkt aan nieuwe leerlingen die misschien ook naar Praktijkonderwijs Ede willen komen, hoeft ze niet lang na te denken: “Gewoon proberen. Het valt allemaal wel mee. En als iets mislukt? Dan leer je daar weer van.”

‘Ik heb hier ontdekt dat ik kok wil worden’
Maarten komt uit Tiel en zit ook in klas 1. Elke dag reist hij met de bus, samen met andere leerlingen. “Een uur is het wel, maar dat is niet zo erg,” vertelt hij. “Je rijdt met anderen tegelijk, dat maakt het wel leuker.”
Op school is hij het liefst in de praktijklokalen. “Ik vind gewoon de praktijk leuk,” zegt hij. “Gewoon lekker bezig zijn.” Horeca is zijn favoriete vak. “In de keuken hier dacht ik ineens: dit is wat ik wil worden. Kok.”
Thuis kookt hij nu ook weleens, maar dat is pas sinds hij op deze school zit.
Hij herinnert zich nog goed hoe hij zich voelde toen hij net begon. “Een beetje zenuwachtig, maar niet heel spannend. Ik kende bijna iedereen al van de basisschool. Alleen één of twee niet.” Hij denkt dat het lastiger zou zijn geweest als hij alleen was gekomen. Zijn tip voor nieuwe leerlingen die niemand kennen: “Gewoon je best doen. Af en toe een grapje maken en goed luisteren naar de docenten.” Ook over de docenten is hij positief. “Ze zijn aardig, leggen dingen goed uit, maken een grapje soms. Dat is fijn.” In de pauze voetbalt hij graag met vrienden.
In beweging
Wat deze school voor hem anders maakt dan de basisschool? “Hier werk je meer met je handen. Daar zat je de hele dag, hier ben je meer in beweging. We hebben twee keer gym in de week bijvoorbeeld, in plaats van één keer.” En als hij vooruitkijkt naar volgend jaar, weet hij ook al wat er komt: “In de tweede begin je met halve dagen stage. In het derde ga je hele dagen. Dat hebben ze goed uitgelegd.”






