Lwoo

Het lwoo valt binnen de basis- en soms binnen de kaderberoepsgerichte leerweg. Het onderwijs vindt voor een aantal of voor alle vakken (afhankelijk van de omvang van het leerprobleem) in een kleine groep van ongeveer 15 leerlingen plaats. Bovendien houden we bij de keuze van de leermiddelen, bij de becijfering enzovoort, rekening met het niveau van de leerling. De meeste lwoo-leerlingen doen examen in de basisberoepsgericht leerweg; voor een klein deel van de lwoo-leerlingen is wordt een ander uitstroomtraject gezocht, bijvoorbeeld een leerwerktraject meer geschikt.

Voor leerlingen die het lwoo volgen, is extra hulp beschikbaar. De school geeft mentoren van lwoo-klassen meer tijd om leerlingen te kunnen begeleiden. Daarnaast streven we ernaar, dat elke lwoo-klas in de onderbouw een kerndocent heeft. In de meeste gevallen is dat de mentor. We streven ernaar dat deze kerndocent aan die klas minimaal 7 uur lesgeeft in verschillende vakken. De extra begeleidingsbehoefte van de lwoo-leerlingen is vastgelegd in een groepshandelingsplan. Op die manier werkt de school op planmatige wijze aan de sociaal-emotionele en didactische ontwikkeling van de lwoo-leerlingen. Dat handelingsplan bespreken we (indien nodig) met de ouder(s) en de leerlingen.

Als uit de aanmeldingsgegevens blijkt dat een leerling leerproblemen heeft, nemen we een test af om te kijken of de leerling leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) nodig heeft. Voor het lwoo is er een afzonderlijke toelatingscommissie, de Commissie Zorgtoewijzing.

De school krijgt van de overheid extra geld voor leerlingen met een lwoo-aanwijzing. Er zijn twee vormen van ondersteuning mogelijk: