havo

Havo staat voor ‘hoger algemeen voortgezet onderwijs’. De vijfjarige havo-oplei-ding is te verdelen in onder- en bovenbouw. De eerste fase (onderbouw) bestaat uit de leerjaren 1, 2 en 3 en de tweede fase (bovenbouw) bestaat uit de leerjaren 4 en 5. Deze opleiding is een goede voorbereiding op het hoger beroepsonderwijs (hbo). Met een overgangsbewijs van 3 havo naar 4 havo is het mogelijk om in te stromen in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Ook behoort, na het behalen van een havo-diploma, het overstappen naar 5 vwo tot de mogelijkheden. De ha-vo-opleiding stelt flinke eisen aan leerlingen. Een brede belangstelling en goede verstandelijke capaciteiten zijn dus ook nodig.
Binnen de eerste drie leerjaren van de school zijn leerlingen bezig met de algemene basis voor hun verdere schoolloopbaan. Die basis bestaat uit het verwerven van kennis en vaardigheden binnen de voorgeschreven vakken en het leren studeren.

Aan het einde van het derde leerjaar moeten de havoleerlingen voor de bovenbouw kiezen uit vier profielen:
– cultuur en maatschappij
– economie en maatschappij
– natuur en gezondheid
– natuur en techniek

Het bovenbouwprogramma bestaat uit een algemeen deel, een profieldeel en een vrij deel. In de bovenbouw werken leerlingen volgens het Programma van Toet-sing en Afsluiting (PTA) toe naar hun diploma. In het PTA staan het examenre-glement en alle toetsen en vaardigheden die bij de leerlingen worden getoetst. In leerjaar 4 en leerjaar 5 tellen alle vakken mee voor het schoolexamen. Het school-examen vormt samen met het centraal examen het uiteindelijke eindcijfer voor de verschillende vakken. Alle toetsen, handelingsdelen, praktische opdrachten en het profielwerkstuk vormen samen het examendossier.